"De oude gouw Flehite"
De naam Flehite is ontleend aan de vroegere gouw Flehite (of eigenlijk Flethite), zoals het huidige Oost-Utrecht heette in de tijd van Karel de Grote.
In 1878 werden op de Leusderhei prehistorische graven opengelegd. De initiatiefnemers waren heren uit Amersfoort en omgeving: kapelaan W.F.N. van Rootselaar, later ook archivaris van Amersfoort, de leraar A.M. Kollewijn, de r.k. geestelijke A.A.J. van Rossum, C.A. Nairac, burgemeester van Barneveld, en de Amersfoortse wethouder W.A. Croockewit.
Uit de door deze heren op 2 september 1878 opgerichte “Commissie tot wetenschappelijk onderzoek van de tumuli op de Leusderberg” kwam de Oudheidkundige Vereniging Flehite voort, die in 1882 officieel erkend werd door Koning Willem III. In diezelfde jaren ontstond al de behoefte aan een museum voor de op de Leusderhei gevonden voorwerpen. In 1880 stelde de gemeente een ruimte beschikbaar: het uiteindelijke museum Flehite.

W.F.N. van Rootselaar



